Geld Gaat Nooit Over Geld  »  Lees online  »

Hoofdstuk 1. De één z’n brood

Boterham met een cupido-pijl er doorheen.

Onderstaande pagina is onderdeel van het boek Geld Gaat Nooit Over Geld, dat in z’n geheel op deze website te lezen is, vrij en op een ‘geef wat goed voelt’ donatiebasis — en nu ook beschikbaar is op papier en als e-boek.

» Meer over het boek vind je hier.
» Een overzicht van alle hoofdstukken vind je hier.
» (Jezelf) het papieren boek of e-boek geven, kan hier.
» Een donatie doen kan hier.

12 april 2009

Op 2 maart begonnen we. Ze hadden mij (mij!) gevraagd om de kar te komen trekken. Mijn geluk kon niet op. Ik had namelijk net bedacht dat het mijn droom was om een startup-avontuur te beginnen. Om samen met andere jonge honden toffe dingen op te zetten. Om het internet op te schudden en de wereld te veroveren. Nu werd me ineens een avontuur in de schoot geworpen dat dit allemaal beloofde. Ik zei ‘ja’ en zou ze wel even laten zien hoe je dat doet, de kar van een avontuur trekken.

Het avontuur heet Buzzplaces. Buzzplaces moet een website worden die mensen een inkijkje bij bedrijven geeft. Een echt inkijkje. Waarom? ’Omdat we voor alles waar we benieuwd naar zijn, tegenwoordig van tevoren een indruk kunnen krijgen’, vertelde Steven me vlak voordat hij me als kartrekker vroeg. ‘Vakantiebestemmingen, restaurants, huizen die te koop staan, films in de bioscoop, noem het maar op: dankzij internet wordt alles transparanter.’

Het presentatiescherm aan de muur toonde foto’s van vakantiebestemmingen, restaurants, huizen en films. Ineens werd het scherm zwart en zaten we in een donkere ruimte. Ik wendde mijn blik weer naar de mannen die tegenover me zaten.

‘Alles wordt transparanter,’ herhaalde Steven, ‘behalve werk en werkgevers. Vacatures en jobsites vertellen bijna allemaal hetzelfde verhaal. Als werkzoekende weet je dus nauwelijks met wat voor bedrijf je te maken hebt. Totdat je op gesprek gaat. Maar omdat je op internet alleen maar nietszeggende informatie tegenkomt, is de kans dik dat je wél bij bedrijven langsgaat die niet bij je passen en níet bij bedrijven die wel bij je passen.

‘Wij vinden dat gek. Hoe kan het, met alle technologie waar we tegenwoordig over beschikken, dat we voor iets dat zo’n grote rol in ons leven speelt nog steeds in het duister tasten wanneer we ernaar op zoek gaan?’

De ruimte lichtte weer op. Ik keek naar het scherm en zag blauwe letters op een witte achtergrond.

Buzzplaces is een werknaam’, zei Michel. ‘We weten nog niet wat de naam gaat worden. Wat we weten is dat we een soort Facebook voor bedrijven willen maken, maar dan anders dan Facebook. En anders dan LinkedIn, want LinkedIn vinden we saai. Mensen moeten via foto’s, video’s en recensies kunnen zien hoe het er echt aan toe gaat binnen een bedrijf. Zodat we mensen ook écht kunnen helpen bij het vinden van hun droombaan.’

‘We gaan dit sowieso doen,’ vulde Steven aan, ‘want we geloven hierin. En hoe we het gaan doen, geen idee, maar hier móet een businessmodel omheen te bouwen zijn. Ons team is enthousiast en jij bent de eerste buiten ons bedrijf die we hierover vertellen, omdat we het liefste jou als kartrekker hebben.’

Oké, even stoppen. Wie zijn Steven en Michel? Dat wist ik ook niet, niet echt. Steven had ik één keer eerder ontmoet en Michel kende ik nog geen tien minuten. Zij wisten blijkbaar wel wie ik was, want ze vroegen mij (mij!) om hun nieuwe kar te komen trekken.

Ik stuiterde bijna van mijn stoel van enthousiasme. Ik voelde me gevleid en de krachtstroom gierde door me heen. Dit was alles wat ik wilde en ineens lag het voor het oprapen!

We spraken af dat ik er een weekend over zou slapen. Ik wist al dat ik ‘ja’ ging zeggen.

Ik was aan Steven gekoppeld door een vriend die me hoorde praten over mijn net bedachte startup-droom. We ontmoetten elkaar in een voormalig bankgebouw dat nu dienstdoet als anti-kraakkantoor. Ik was meteen betoverd. Steven praatte zoals ik mensen nooit hoorde praten en luisterde zoals ik niet wist dat mensen konden luisteren. Wanneer er niets meer uit mijn mond kwam, leek hij simpelweg te wachten tot er woorden uit hem kwamen.

Stevens idee is dat als je de juiste mensen onder de juiste voorwaarden bij elkaar zet, dat talent zich maximaal ontplooit, vanzelf. Vanuit deze visie startte hij een ondernemerscollectief onder de naam Yaiks. Yaiks, omdat ondernemen ook onder de juiste voorwaarden spannend blijft.

Steven vroeg hoe het me was vergaan sinds mijn afstuderen. Ik vertelde dat ik als freelancer aan de slag was gegaan bij een organisatie waar ik eerder stage had gelopen, om ondertussen uit te vogelen bij welk groot commercieel bedrijf ik het klappen van de zweep zou gaan leren. Dat uitvogelen had geleid tot het besef dat ik helemaal niet bij een groot commercieel bedrijf met zwepen wilde klappen.

‘Wat zou je het liefste willen?’ vroeg Steven na weer een stilte.
—‘Hier zijn.’

De woorden verstomden me. Ze waren eruit voor ik ze had kunnen bedenken. Zoiets had ik nog nooit gezegd. Ik snapte het ook niet. Wat wist ik nu van Yaiks? Ik was er net een uur!

Ik gaf geen verdere uitleg. Ook dat voelde nieuw. Er was een warm, logisch gevoel en dat was genoeg. Ik wilde hier zijn, punt.

Steven leidde me rond in het kantoor en stelde me voor aan zijn mede-ondernemers. Twee uur na de start van onze afspraak namen we afscheid. Met een omhelzing. Weer iets nieuws, een man omhelzen. Weer dat warme, logische gevoel.

We hadden afgesproken om niets af te spreken. Een maand later kreeg ik een mail van Steven. Of we elkaar nogmaals konden ontmoeten. Voor de vorm zei ik ‘ja’. Een vriend had me net een baan aangeboden en die ging ik aannemen. Mijn tweede ontmoeting met Steven zou voor nu de laatste worden.

‘Goed dat je het zegt Mundo’, zei hij toen we aan tafel zaten. ‘Nou, misschien kunnen we je nog overtuigen. Loop je mee?’

Mijn hart begon te bonzen. Overtuigen? vroeg mijn hoofd. Man, klinkt belangrijk!

Steven ging me voor naar een donkere presentatieruimte. Daar, op een ovalen tafel in het midden, stonden een opengeklapte laptop en een zoemende projector. Ik werd voorgesteld aan Michel, mede-eigenaar van MARS media, één van de startups in het Yaiks-collectief. Een maand later nam ik vol zin, tsjakka en yeehaa plaats achter mijn nieuwe bureau.

Vandaag is het zes weken later en weet ik niet waar ik de zin, tsjakka of yeehaa vandaan moet halen. Ik zit aan mijn bureau en heb een groot stuk papier in mijn handen. Notities van een brainstormsessie twee dagen geleden. De woorden en letters zouden me iets moeten zeggen (het was tenslotte een brainstormsessie), maar ik zie ze vooral dansen en draaien. Mijn handen voelen klam aan en geven af op het papier. Mijn buik doet pijn en ik voel zweet uit mijn oksels komen. Net was ik wezen poepen, hopende daarmee de buikpijn op te lossen, maar het poepen ging niet. Poepen gaat al dagen niet.

Gisteravond was er paniek, vannacht kon ik niet slapen en vanochtend ging ik toch naar de yogales. Daar werd ik weer helemaal tsjakka. Gelukkig, dacht ik, ik kan er weer tegenaan. Met frisse moed en toffe ideeën haastte ik me naar kantoor. Vlak voor aankomst was er weer paniek.

Tsjakka, paniek, tsjakka, paniek en zo gaat het al weken.

Toen de brainstormsessie eergisteravond was afgelopen en iedereen behalve ik na een borrel was vertrokken, belde ik papa. Het was middernacht, maar papa nam meteen op. Ik wist niet wat te zeggen, begon te huilen en vroeg snikkend of ik langs mocht komen. Drie kwartier later deed hij in zijn badjas de deur voor me open. Ik voelde me bezwaard en dankbaar.

Papa maakte een kop thee en we gingen zitten. Ik wist niet waar te beginnen. Hij stelde vragen en ik fabriceerde antwoorden die niet als antwoorden voelden.

‘Mundo,’ zei hij na een half uur, ‘heb je niet gewoon een vakantie nodig?’
—‘Nee, ik ben net op vakantie geweest.’

Dat was het zoveelste robot-antwoord. ‘Man heeft geen vakantie nodig wanneer man net vakantie heeft gehad.’ Papa stopte met vragen en ik vond het wel weer welletjes. ‘Dank je wel pap, dat ik langs mocht komen.’

Uitgeput fietste ik naar huis en dook mijn bed in. Morgen weer een dag, dacht ik.

Gisteren was het weer zo’n dag.

Vandaag lijkt het weer zo’n dag te worden.

Ik leg het brainstormvel neer. Even een rondje lopen, eentje. Ik ben hier om een kar te trekken dus ik kan niet te lang rondjes lopen. Terug bij het bureau maan ik mezelf tot actie. Kom op! Brainstormvel pakken en concentreren, ik kan dit! Ik ga zitten, voel buikpijn en zweet en zie de woorden en letters dansen en draaien.

Wat de fuck is er aan de hand?! Dit is toch wat ik wil?

Ik hoor schoenen over het voormalige bankierstapijt de ruimte in lopen. Ik kijk op en zie Steven. Naast hem loopt iemand die ik niet ken. Ze lopen me voorbij. Stevens ogen kijken me even aan. Ik zie een glimlach verschijnen en

Wat? Hoor ik hem gniffelen? Loopt Steven naar me te gniffelen?

Mijn hoofd loopt rood aan en dat wil ik niet voelen, dus buig ik me weer over het vel. Ik staar en staar en alles tolt. Kom op kom op kom op alsjeblieft kom op!!!

Ineens is het stil.

‘Laat maar los.’

Wat de…?

‘Laat maar los.’

De woorden komen niet van buiten. Ik heb ze ook niet gezegd of gedacht. Toch zijn ze er, zacht en duidelijk.

‘Laat maar los Mundo, je hoeft niet meer.’

Mijn handen laten los en het vel valt op mijn bureau. Ik sta op en loop richting de keuken. Tenminste, mijn benen lopen naar de keuken. Ik zou niet weten wat ik daar nu zou moeten.

Voor de keuken staat Steven. Hij praat met een collega. Ik wacht. De collega loopt weg en Steven kijkt me aan.

‘Steven, kunnen we even buiten gaan zitten?’
—‘Ja, natuurlijk.’

Ik leid ons naar een nooduitgang, duw de deur open en betreed een groot, verhoogd terras met aan de rand een noodtrap naar beneden. Ik zet mijn voeten op de eerste trede van de noodtrap en ga zitten. Steven neemt naast me plaats en blijft stil. We kijken uit over een Amsterdams bedrijvenpark. Ik weet niet waar te beginnen maar dat maakt niet uit. De woorden komen vanzelf.

Steven en ik zitten op de trap, uitkijkend over het bedrijvenpark. Ik zeg: ‘Ik weet niet waar ik mee bezig ben... ik weet niet wie ik ben… ik… ik snap er niks meer van...’

Ik begin te huilen. Ik huil van verdriet en van opluchting. Dit is misschien wel het meest ware dat ik ooit heb gezegd. Mijn hoofd valt op Stevens schouder en hij slaat een arm om me heen.
‘Ik kan niet meer…’ snik ik, ‘ik wil niet meer.’
Opnieuw hoor ik een gniffel. Volgens mij is het geen afzeik-gniffel; het klinkt als een ‘ik snap je’ gniffel.

—‘Wil je terug?’ vraagt hij na een poos.
Mijn hoofd snapt de vraag niet. Ik wel.

‘Nee, ik wil niet terug.’


Geïnspireerd?

Geld Gaat Nooit Over Geld is gepubliceerd onder een Creative Commons-licentie en online voor iedereen beschikbaar op een ‘geef wat goed voelt’ donatiebasis.

Als het boek je inspireert, kun je bijdragen door (jezelf) een papieren boek of e-boek te geven.

Of geef het boek cadeau en verzend het direct naar haar/hem, inclusief (optioneel) persoonlijke boodschap.