Waarom ik niet aan onderhandelen doe

Ik vind ‘onderhandelen’ een gek woord. Net als ‘vrijwilliger’ en ‘onderwijs’. Iemand die als vrijwilliger werkt, werkt vrij en willig, wat impliceert dat iemand die betaald werkt dat onvrij en onwillig doet. Wat in veel gevallen ook wel klopt. Legio mensen zien werk als een noodzakelijk kwaad. Een middel om rekeningen te betalen en niet om een diepe vreugde tot uiting te brengen. In onderwijs zit een zelfde kronkel. Veel van wat we onderwijs noemen, is niet wijs maar straffend, belonend en conditionerend. Onder wijs.

Nu onderhandelen.

Onder handelen. Oftewel: iets dat vaak onder tafel wordt gehouden. Twee partijen die tegenover elkaar zitten, allebei met het idee: ‘Ik wil zo weinig mogelijk geven en zoveel mogelijk nemen.’ In plaats van contact maken, zet de één zo hoog mogelijk in terwijl de ander zo laag mogelijk begint. Vervolgens wordt er met cijfers gepingpongd totdat beide partijen elkaar in een midden ontmoeten.

Maar is dat een midden? Is het een ontmoeten?

Pas toen ik eerlijker naar geld ging kijken, begon ik te begrijpen waarom ik zowel het woord als de praktijk van onderhandelen nooit snapte. Onder wat we handel noemen, heerst vaak de overtuiging dat er niet genoeg is voor iedereen. Waardoor meer voor jou automatisch minder voor mij moet zijn. En de één z’n brood de ander z’n dood is.

In mijn boek ga ik onder andere in op waar deze overtuiging vandaan komt, hoe ze doorwerkt tot in de kleinste krochten van onze psyche en op wat er mogelijk wordt wanneer we haar omdraaien. Met deze blogpost richt ik me op wat onderhandelen kan worden wanneer we elkaar benaderen vanuit meer voor jou is meer voor mij.

Als ik met iemand tot een uitwisseling wil komen, begin ik niet meer aan een onderhandeling. Ik nodig uit tot afstemmen. Hier volgen twee manieren waarop ik dat doe.

Eerlijk, transparant en liefdevol zijn, naar onszelf en naar elkaar.
Als een uitwisseling klopt, brengt ze beide partijen vreugde, dankbaarheid en rijkdom. Een gever die vanuit zijn hart geeft, ontvangt de vreugde van het geven. Een ontvanger die durft te ontvangen, geeft de gever een geschenk door te ontvangen.

Of geld nu meedoet of niet, de kans dat we tot een kloppende afstemming komen, wordt enorm vergroot wanneer we het gesprek als volgt ingaan:

  • Ik geef wat ik kan, wat goed voor ons is, wat me inspireert.
  • Ik ontvang wat ik nodig heb, wat goed voor me is, wat me inspireert.1Deze zinnen vielen me toe via Jeroen van Beele en zijn uitleg over de geboorte van een deeleconomie, hier te vinden.


Kun je je voorstellen hoe anders zo’n ontmoeting wordt dan één waarin je allebei het zogenaamde onderste uit de kan probeert te halen? Hoeveel warmer en zorgzamer zo’n ontmoeting voelt? Hoeveel leuker, (opr)echter en enthousiasmerender?

Onszelf openstellen voor informatie van hogerhand (of dieperhand).
Als geld meedoet, is geld vaak het laatste onderwerp van een bespreking. Ergens is dat logisch. Je kunt makkelijker tot een kloppende financiële afstemming komen wanneer je weet wat een uitwisseling aan tijd, energie en middelen gaat vragen. Geld wordt in veel gevallen ook pas als laatste aangekaart omdat mensen het onderwerp oncomfortabel vinden.

Willen gever en ontvanger tot iets komen dat leven geeft in plaats van neemt, dan heeft de ontvangende partij veelal gevoelens van schaamte en onwaardigheid te trotseren, terwijl de gevende partij veelal heeft te werken met angst voor tekort.

Om van dit trotseren geen werk te maken, leg ik vaak de volgende vraag in het midden: ‘Wat is het meest kloppende en liefdevolle bedrag?’

De oefening waar ik vervolgens toe uitnodig, is om een antwoord niet te bedenken maar te laten komen. Meestal doe ik een korte geleide meditatie, met als doel open en ontvankelijk te zijn voor het antwoord zoals het zich wil aandienen, in plaats van zoals wij (lees: onze hoofden) het zouden construeren.

Wat mij daarbij helpt, is om het eerste bedrag dat opkomt voor me te nemen en denkbeeldig te laten stijgen en zakken. Ergens voel ik een klik. Meestal zit de klik bij het bedrag dat als eerste opkwam, soms bij een hoger of lager bedrag.

Wat ik fascinerend en tegelijkertijd hartstikke logisch vind, is dat ik heel vaak op hetzelfde bedrag uitkom als de persoon of personen met wie ik de oefening doe. Dat sterkt me in het idee dat er een ‘derde’ intelligentie is (noem het hogere leiding, diepere wijsheid, het universum, god, etc.) die ons simpelweg de informatie kan geven die al voor ons klaarstaat.

Wanneer we niet op hetzelfde bedrag uitkomen, blijkt bij nader onderzoek meestal dat één van de aanwezigen zich is gaan bemoeien met het bedrag dat opkwam en er iets anders van maakte.

In beide gevallen zie ik een mooie oefening in overgave. Ons hoofd vindt er misschien wat van. Dikke kans dat er oncomfortabele gevoelens en angsten worden aangeraakt. Maar daaronder is er rust en een gevoel van verbinding. We hebben afgestemd op een geven en een ontvangen dat kloppend, liefdevol en het beste voelt, en dat ons is ingefluisterd door iets dat onze ego’s en angsten overstijgt. Dit overstijgende draagt niet alleen zorg voor ons als individuen, maar ook voor ons als groter geheel. Hierop vertrouwen, voelt (h)eerlijk en draagt in mijn ervaring enorm bij aan een vreugdevolle, betekenisvolle samenwerking.

Volgens mij is dit de essentie van wat we nu nog ‘onderhandelen’ noemen.

Beeld: Benjamin Child op Unsplash.com.

_

  • 1
    Deze zinnen vielen me toe via Jeroen van Beele en zijn uitleg over de geboorte van een deeleconomie, hier te vinden.

Geld Gaat Nooit Over Geld
Een boek over de les die we (n)ooit op school krijgen, over tien maanden leven, reizen en werken zonder geld —en over de wereld die wél kan. Binnenkort op deze website te lezen en als papieren boek te koop.
» Meer info / op de hoogte blijven

Inspiratie in je inbox?
» Meld je aan voor de nieuwsbrief