Corona Shmorona: waarom die anderhalve meter er bij mij niet in gaan

Ik ben niet de enige bij wie het er niet in gaat. Wat slik ik wel? Een kort verhaal over anderwijs en burgerlijke ongehoorzaamheid.

Ik ken een gezin met twee zoons van zes en acht jaar oud, die iets bijzonders meemaakten toen ze opeens met z’n vieren thuis moesten blijven. De jongste zoon was een probleem op school. Bij de ouderbesprekingen ging het over moeizaam lezen en schrijven, niet kunnen concentreren en achterlopen op de rest. Toen ging de school dicht en had hij opeens thuisonderwijs, net als zijn oudere broer, en net als zijn ouders. Samen, ieder vanaf een eigen bureau, maakten ze van dichtbij mee hoeveel moeite de jongste zoon werkelijk had met lezen en schrijven. Geen, om precies te zien.

De jongste zoon kwam af en toe vragen stellen, had het hier en daar nodig om op weg geholpen te worden, maar werkte fluitend door zijn opdrachten heen en had er zelfs plezier in. Thuis, zonder tijdsdruk en met de liefdevolle aanwezigheid van zijn ouders, ontdekte hij hoe leuk lezen en schrijven kunnen zijn—hoe leuk leren kan zijn.

Als alles dat normaal is opeens niet meer kan, wacht ons iets waarachtigs. Want hoe normaal is normaal? En als we eenmaal van abnormaal hebben geproefd, kunnen we dan nog terug? Ieder zal zijn eigen antwoorden vinden, en voor een deel zullen onze antwoorden worden bepaald door onze mate van gehoorzaamheid.

Deze tijd wakkert vuur, nieuwsgierigheid, boosheid en vragen in mij aan. Ik werd oprecht geraakt door Mark Ruttes eerste nationale toespraak over de Corona-crisis. ‘We staan voor de grootste opgave die we ooit in vredestijd hebben gekend’, herinner ik me dat hij zei. Een mooie uitspraak, waarbij ik ook vroeg: ‘Ja, welke opgave?’

Ik voel nog steeds zorgzaamheid en waardering voor het optreden van toen. Ik zag overheid, instanties en een hele hoop mensen liefdevol en kordaat in actie komen. En ik vond die actie ook logisch: als je nog niet weet waar je mee te maken hebt, moet je je in sommige gevallen voorbereiden op het ergste. Maar nu de golf van voorbodes achter ons is, zie ik vooral een patroon aan het roer. Geen nieuw patroon, maar hetzelfde patroon dat onze ‘samenleving’ al heel lang probeert dicht te timmeren.

Ik ga me niet beroepen op cijfers en tegengeluiden. Iedereen met een lichtelijk kritische geest kan die makkelijk vinden, ook al worden ze door de heersende orde weggewuifd, verketterd en zelfs gecensureerd. En hoewel cijfers en tegengeluiden mij kunnen sterken, kan ik nooit weten hoe waar waar is. Ik schrijf onderstaande vooral vanuit een diep gevoel. Misschien resoneert het met jou, misschien niet.

Die anderhalve meter, plexiglas en mondkapjes gaan er bij mij niet in. Als ze in het begin al iets van doen hadden met wat er aan de hand was, hebben ze dat allang niet meer. Dus waar ze volgens mij mee van doen hebben, is angst. Dezelfde angst die onze kinderen probeert op te leiden tot brave, doodse burgers, en dezelfde angst die volwassenen probeert te dwingen om braaf en doods te blijven. Angst voor de dood, angst voor medemensen, angst voor het leven. Het is geen reële angst, maar het is wel de angst waar een groot deel van de maatschappij zich door laat besturen en beteugelen.

Ik zou kunnen spreken van een complot, en dat ga ik ook doen. Maar zoals bij elk complot geloof ik niet in een groep bobo’s die bewust kwaad in hun mars hebben. Mensen smeden geen complotten; angst smeedt complotten. Pingpongend en wel. Want misschien—ik denk waarschijnlijk—hebben de topvirologen en -politici inmiddels wel door dat ze zijn doorgeslagen, en zijn ze alleen bang om dat toe te geven. Want fouten maken, nieuwe inzichten opdoen en daarmee eerlijk voor de dag komen kost je in deze samenleving vaak de kop. Dus misschien hebben de maatregelen nu—meer nog dan de samenleving in toom houden—vooral ten doel om carrières en reputaties te redden.

Hoe dan ook, ik ben niet van plan om boetes van vierhonderd euro te betalen. Ik ben ook niet van plan om mezelf te dwingen in het openbaar geen affectie meer te tonen, geen lichaamscontact te voelen, geen bonzend hart te delen. Ik voel daar nul waarheid en nul leven bij. Ik geloof dat het ons alleen maar verder brengt op het spoor van verwijdering en individualisering. En de stress, angst, eenzaamheid, ziekte en verkommering die daaruit voortkomen, dát is doodmakend.

Een samenleving waarin we samen leven, dáár voel ik waarheid en leven bij. En wat mij verheugt is dat ook deze crisis zo’n samenleving een stapje dichterbij kan brengen. Mits we ons, net als altijd, wakker durven laten schudden.

Ik spreek een hoop mensen die voelen wat ik voel. Een deel zegt gedwee: ‘Ja maar we moeten wel, het is nou eenmaal zo’. Een ander deel voelt het vuur in zich oplaaien, en weet (nog) niet hoe dat vuur te richten. Ik vind beide niet gek, om meerdere redenen, maar vooral en opnieuw: omdat je rug rechten en je uitspreken je maatschappelijk en sociaal de kop kan kosten.

In een persconferentie zei Mark Rutte: ‘We kunnen Nederland alleen van het slot halen als iedereen zich verstandig blijft gedragen, en zich aan de gedragsregels blijft houden.’ Met het eerste deel van die zin ben ik het volledig eens; het tweede deel doet me denken aan slavernij. Wij verwerven geen vrijheid door ons aan gedragsregels te houden; we verwerven vrijheid door verantwoordelijkheid te nemen.

Waar dit mij brengt? Bij een gezonde, lekkere, ludieke en—heel eerlijk—spannende drang naar burgerlijke ongehoorzaamheid. Met waakzaamheid voor de ‘anti-mentaliteit’. Ik ben tegen de maatregelen en de fuik waar die maatregelen ons in proberen te duwen, niet tegen de overheid of het ’systeem’ en al helemaal niet tegen de mensen die de maatregelen opleggen.

Mijn verlangen is om op een creatieve, verbindende en tegelijkertijd duidelijke manier te staan voor wat waar en juist voelt. En mijn verlangen is om dat niet alleen maar samen te doen.

Dit voor nu, en om me toch ergens op te beroepen: hier een filmpje van Flavio Pasquino, in gesprek met een klinisch ethicus die middenin in de medische klei staat. Het duurt dertig minuten en vind het elke minuut waard.

Beeld: Daniel Tafjord op Unsplash.com

Geld Gaat Nooit Over Geld
Een boek over de les die we (n)ooit op school krijgen, over tien maanden leven, reizen en werken zonder geld —en over de wereld die wél kan. Binnenkort op deze website te lezen en als papieren boek te koop.
» Meer info / op de hoogte blijven

Inspiratie in je inbox?
» Meld je aan voor de nieuwsbrief